Paragrafen

Paragraaf 7 Bedrijfsvoering

Hieronder treft u de totale personeelslasten over 2021 aan, als onderdeel van het taakveld overhead, die feitelijk bestaan uit vier onderdelen:

  1. personeelslasten (burger)raadsleden, college, griffie, voormalig wethouders en nabestaanden,
  2. personeelslasten ambtelijke organisatie (inclusief inhuur derden),
  3. overige personeelslasten,
  4. overige kleine verschillen.

In onderstaande tabel worden per onderdeel de onder- en/of overschrijdingen vermeld. Per onderdeel treft u vervolgens meer informatie aan inclusief een (eventuele) toelichting. Zoals u kunt zien betreffen het dit jaar allemaal onderschrijdingen (voordelen) die financieel worden gemeld.

Personeelslasten 2021

A. Personeelslasten raadsleden, college, griffie, enz.

2.000

B. Personeelslasten ambtelijke organisatie (inclusief inhuur derden)

49.000

C. Overige personeelslasten

141.000

D. Overige kleine verschillen

19.000

Verschil (onderschrijding)

211.000

  1. Personeelslasten (burger)raadsleden, college, griffie en pensioen voormalig wethouders en nabestaanden

In de begroting 2021 is voor deze onderdelen een bedrag opgenomen van
€ 1.004.000. De werkelijke personeelslasten in 2021 zijn € 1.002.000. In dit jaar is er per saldo een onderschrijding te melden van in totaal € 2.000. Dit behoeft geen verdere toelichting.

Personeelslasten (burger)raadsleden, college, griffie, voormalig wethouders en nabestaanden 2021

Begroting

1.004.000

Werkelijk

1.002.000

Verschil (onderschrijding)

2.000

  1. Personeelslasten ambtelijke organisatie (inclusief inhuur derden)

In de begroting 2021 is een bedrag opgenomen van 10,53 miljoen. De werkelijke personeelslasten zijn 9,16 miljoen. Dit houdt in dat er een voordeel van 1,37 miljoen is ontstaan. Dit gaat om niet ingevulde vacatures binnen de organisatie. De formatie (incl. vacatures) op 31 december 2021 bedroeg 146,01 fte.

Personeelslasten ambtelijke organisatie 2021

Begroting

10.528.000

Werkelijk

9.157.000

Verschil (onderschrijding=vrijval vacaturegelden)

1.371.000

Bij het invullen van vacatures wegen we af hoe we dit doen: het in dienst nemen van de medewerker (tijdelijk of vast), inhuren of inhuren op basis van detachering. Zo ontstaat een vaste kern (medewerkers in dienst) en een flexibele schil (inhuur en detachering). De vrijval van vacaturegelden worden ingezet voor de inhuur van derden.

Inhuur derden
Het budget inhuur derden wordt gevormd door twee onderdelen. Enerzijds de budgetten voor inhuur, die in de begroting 2021 (na wijziging) zijn opgenomen. Anderzijds wordt de onderschrijding ingezet, die is ontstaan binnen de personeelslasten van de ambtelijke organisatie (zie onderdeel B). Dit gaat over de beschikbare loonsom van openstaande vacatures, de vrijval van vacaturegelden. Dit betekent dat er een totaalbedrag van € 2.024.000 beschikbaar was voor de inhuur van derden in 2021.

Budget inhuur derden 2021

Begroting

653.000

Vrijval vacaturegelden

1.371.000

Totaal budget inhuur derden

2.024.000

Uitgaven inhuur derden
In totaal is er een bedrag van € 1.975.000 besteed aan inhuur van derden in 2021. Dit is inclusief de vervanging van personeel bij ziekte. In 2021 is hierdoor een onderschrijding ontstaan van € 49.000.

Uitgaven inhuur derden 2021

Budget inhuur derden

2.024.000

Uitgaven inhuur derden

1.975.000

Verschil (onderschrijding)

49.000

Kanttekening budget inhuur derden
De onderschrijding van € 49.000 moet in relatie worden gezien met minder inkomsten dan vooraf is begroot binnen de Fysieke pijler (€ 123.000 - zie programma 3 taakveld 8.1) en de overschrijding binnen het project Casterhoven (€ 72.000 - zie programma 3 taakveld 8.2).

  1. Overige personeelslasten

In de begroting 2021 is een bedrag van € 223.000 opgenomen voor overige personeelslasten. Dit betreft reiskosten woon-werkverkeer van het personeel, secundaire arbeidsvoorwaarden, jubilea, juridische advisering, verzekeringen, ARBO, ontvangsten van derden, doorverdeling overhead (baten), enzovoort. De werkelijke overige personeelslasten in 2021 zijn € 82.000. In 2021 is hierdoor een onderschrijding ontstaan van € 141.000. Dit voordeel is o.a. ontstaan op de toerekening van overhead, omdat er in 2021 meer overheadkosten konden worden toegerekend aan de grondexploitaties (€ 40.000). Daarnaast is er een voordeel ontstaan door de aankoop van verlof door medewerkers (€ 35.000), het budget voormalig personeel (€ 34.000), inkomsten uit detachering van personeel (€ 12.000) en een ontvangen subsidie (€  14.000).

Overige personeelslasten 2021

Begroting

223.000

Werkelijk

82.000

Verschil (onderschrijding)

141.000

  1. Overige kleine verschillen

Binnen het taakveld Overhead (onderdeel personeel) is een voordeel ontstaan van € 19.000 wat betrekking heeft op overige kleine verschillen. Dit behoeft geen verdere toelichting.

Ziekteverzuim
Het gemiddeld verzuimpercentage bedroeg in 2021 3,7%, dat is gelijk aan het jaar daarvoor. We kunnen nog geen vergelijking met het verzuimcijfer uit de sector over 2021 maken, omdat deze informatie nog niet beschikbaar is. Wel is het verzuim fors lager dan het cijfer uit de sector gemeenten over 2020 voor de gemeenteklasse 20.000-50.000 inwoners (5,4%).

Voorziening wethouderspensioenen
Voor de wethouders is bij A.S.R. tot en met 31.12.2021 het APPA-plan ondergebracht. De Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (APPA) regelt de pensioenrechten van bestuurders en hun nabestaanden. Hiervoor is intern een voorziening gecreëerd waarin op 1 januari 2021 een bedrag van € 909.000 beschikbaar is. Op basis van informatie verstrekt door A.S.R. in oktober 2021 is er een hiaat ontstaan tussen het opgebouwde en het benodigde beleggingstegoed ter hoogte van € 103.000.

Vanwege het feit dat A.S.R. stopt met het product APPA-plan per 1 januari 2022 en de rendementsgarantie van 3% voor de gemeente Neder-Betuwe op het opgebouwde beleggingstegoed heeft het college besloten het totaal benodigde beleggingstegoed over te dragen aan A.S.R. In totaal is er een bedrag van € 1.012.000 overgemaakt aan A.S.R. wat bestaat uit € 909.000 opgebouwd beleggingstegoed aangevuld met € 103.000 om aan te sluiten bij het benodigde beleggingstegoed. Deze extra storting is toegelicht op programma 1 van het taakveld bestuur.

Dit betekent dat de stand van de voorziening per 31 december 2021 geen saldo kent omdat het opgebouwde kapitaal is overgedragen aan A.S.R. Jaarlijks ontvangen we een overzicht van A.S.R. van het overgedragen kapitaal inclusief het rendement. Daarnaast ontvangen we van APG, de uitvoerder per 1 januari 2022, een overzicht van het benodigde beleggingstegoed om aan alle pensioenverplichtingen te kunnen voldoen. Op basis hiervan zal een toekomstig verschil tussen het opgebouwde beleggingstegoed (kapitaal bij A.S.R.) en benodigde beleggingstegoed (berekeningen van APG) worden gestort in de voorziening wethouders pensioenen.

Hieronder een overzicht van de stand van de voorziening op 1 januari 2021 en 31 december 2021. De financiële verwerking staat opgenomen op programma 1 m.b.t. de aanvulling van het hiaat 2021 en de overdracht staat verwerkt op de balans bij de betreffende voorziening.

Stand voorziening wethouders pensioenen 2021

Stand voorziening 1-1
Overdracht kapitaal naar A.S.R.
Extra last taakveld bestuur

909.000
-1.012.000
103.000

Stand voorziening 31-12

0

Deze pagina is gebouwd op 06/07/2022 14:25:39 met de export van 06/07/2022 14:07:25